Damwanden                                                                                                  
Damwanden worden als verticaal grondkerende constructie toegepast op ongeveer 10% van de totale lengte van het Julianakanaal. Deze wijze van verruimen wordt alleen ingezet op de locaties waar verruimen middels dijkverplaatsing ruimtelijk niet mogelijk is, bijvoorbeeld in de bocht van Elsloo.
Klik op onderstaande afbeelding voor een stapsgewijs overzicht van de werkwijze. Hierin is duidelijk te zien dat ondanks een vrij beperkt ruimtebeslag de vaargeul toch voldoende breed wordt gemaakt. De waterlijn wordt op sommige punten tot wel 10 meter breder, terwijl de vaargeul hiermee tot 25 meter breder wordt. De damwanden worden ongeveer 1,0 meter boven de waterlijn afgewerkt.
De damwanden worden over het water aangevoerd en veelal vanaf het water geplaatst en verankerd. Dit wordt uitgevoerd door de heistelling en ander benodigd materieel op pontons met spudpalen in het kanaal af te meren, overeenkomstig de kraanponton voor het onderhoudsbaggeren.
In de bocht van Elsloo worden - om de 100 meter - speciale FUP’s (Fauna Uittreedplaatsen) gerealiseerd om het voor dieren mogelijk te maken ook ter plaatse van de damwanden in en uit het water te kunnen.
In tegenstelling tot het onderhoudsbaggeren wordt bij het verruimen middels damwanden de waterremmende kleilaag wel deels verwijderd. Aan de zijde die verruimd wordt, zal een nieuw profiel (het zogenoemde halfbakprofiel) gerealiseerd worden. Om dit te realiseren wordt na het aanbrengen van de damwanden de kanaalbodem ontgraven en wordt de waterremmende laag lokaal en tijdelijk verwijderd. Om overlast tot een minimum te beperken wordt de nieuwe waterremmende laag, in de vorm van een bentonietmat, kort na de ontgraving al aangebracht en wordt deze afgedekt met grind en stortsteen. Het nieuwe profiel is gereed.

 

Fasering aanbrengen damwanden